Nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen is geregeld volgens de algemene nabestaandenwet (ANW) waarbij de wet stelt dat in geval van het overlijden van de partner, de andere partner verzekerd wordt van een aanvulling op het minimale basisloon. Aan deze regel zijn vele voorwaarden verbonden en in de meeste gevallen komen veel nabestaanden niet in aanmerking voor de ANW uitkering.
Een andere regeling is het nabestaande pensioen geregeld in de overeenkomst van het pensioen dat wordt gespaard volgens ouderdomspensioen in pijler 2. Dit pensioen is afhankelijk van de werkzame jaren bij een werkgever en heeft betrekking op het gespaarde ouderdomspensioen dat is gespaard bij 1 pensioenfonds of instelling. Dit betekend dat wanneer iemand 30 jaar gewerkt heeft en daarvan 10 jaar bij bedrijf A en 20 bij bedrijf B. Als deze persoon  komt te overlijden in de periode dat hij werkzaam is bij bedrijf B, dan wordt het nabestaandenpensioen uitgekeerd uit het gespaarde pensioen van bedrijf B. De 10 jaren dat er gespaard is bij bedrijf A komen niet in aanmerking. Ook is het zo dat de uitkering niet het volle bedrag is dat gespaard is maar een percentage hiervan. Dit is in de regel 70% van het uit te keren AOW pensioen van de overleden partner. De kinderen krijgen in dit geval 14% van dat ouderdomspensioen.

Nabestaandenpensioen volgens de overheid

Een nabestaanden pensioen kan ook voorkomen wanneer men via pijler 2 een regeling treft in de overeenkomst. Het betreft dan een regeling waarbij in geval van overlijden van de spaarder, de nabestaande partner een periodieke uitbetaling krijgt uit het door de overleden partner gespaarde pensioen. Een partnerpensioen kan op twee manieren geregeld zijn namelijk op opbouwbasis of op risicobasis. De ANW treft wel een aantal regels met betrekking tot de uitkeringstermijn, de hoogte van de uitkering en of de uitkering wel rendabel is. Zo is volgens de wetgeving geregeld dat iemand pas recht krijgt op een ANW uitkering wanneer:

  • De nabestaanden geboren is voor 1950
  • De nabestaande een kind heeft jonger dan 18 jaar
  • De uitkering stopt wanneer het kind 18 jaar is geworden, de ouder wordt dan weer verwacht zelf te kunnen werken
  • De hoogte van de ANW is afhankelijk van de hoogte van het verdiende salaris