Tweede, derde en vierde pijlers

Op de eerste pensioenpijler volgen de pijlers 2, 3 en 4.

Pijler 2,  werknemerspensioen

De tweede pijler is het werknemerspensioen. Deze is een aanvulling op de rechtelijke AOW uitkering volgens pijler 1. Deze vorm van pensioen houdt in dat samen met de werkgever een regeling wordt afgesproken over de bijdrage aan pensioen. Zo betaalt u een percentage en de werkgever levert ook een percentage bijdrage. Werknemerspensioenen worden beheerd door pensioenfondsen, verzekeraars of premie pensioeninstellingen (PPI). De pensioenuitkeringen worden betaalt uit vermogen dat is opgebouwd door de pensioenspaarders. Per maand wordt er premie betaalt aan de pensioenmaatschappij of instellingen en waarmee beleggingen worden gedaan. Uit deze beleggingen wordt het gespaarde bedrag uit premies tijdens het arbeidsleven op de dag van het bereiken van de pensioenleeftijd uitgekeerd waarbij het rendementsverschil wordt meegerekend. Dit betekend dat wanneer er een positief rendement is behaald met de beleggingen, uw bijdrage per direct verkocht wordt en het rendement daarbij voor een hoger pensioen kan zorgen. Dit betekent ook dat wanneer de beleggingen een negatief rendement hebben voortgebracht, het uit te keren pensioen lager is dan het werkelijk gespaarde pensioen.

Pijler 3,  individueel pensioensparen

Pijler 3 van het pensioenstelsel is een aanvullende spaarmethode waarbij de werknemer zelf als individu bij een bank of verzekeringsinstelling kan sparen voor zijn oudedagsvoorziening. De derde pijler, banksparen, is een manier waarop men in geval van een pensioengat dit gat kan opvullen. Alle levensverzekeringen, lijfrenteverzekeringen, individuele beleggingen en spaarrekeningen. Via deze manier van sparen kunnen een aantal fiscale voordelen behaalt worden. Deze voordelen zijn dat het totaal gespaarde vermogen, voor pensioenen niet wordt meegerekend bij de vermogensbelasting. Ook komt het maandelijkse spaarbedrag niet in aanmerking voor een belastingheffing.

Pijler 4, sparen uit bezittingen en vermogensbeheerders

De 4e pijler is in principe geen spaarregeling. Wanneer men vermogen bezit in goederen als vastgoed of aandelen en belangen heeft in externe partijen, waardoor uw vermogen in waarde kan stijgen of dalen, spaart men volgens pijler 4 van het pensioenstelsel. De verhuur van woningen of appartementen hoort hier ook bij.